Home

We zien ze al van ver. Ze komen uit het Bois de Vincennes en begeven zich zo snel mogelijk naar de ingang van het Parc Floral. Net ervoor buigen ze af en lopen een lange laan in. Fuchsia roze, fluo geel en reflecterend blauw. De helden van de marathon, de paradijsvogels van Parijs. Ze doen me denken aan de tropische vissen die ik gisteren in het aquarium zag. De felle kleuren stonden de Blauwe Mandarijn Pitvis en de Malawi Cichlide toch net iets beter. Ik vroeg me toen af of deze ijverige zwemmers het niet erg vonden om telkens in dezelfde glazen bak te moeten zweven. Van links naar rechts en van boven naar onder; op een uurtje heb je het toch wel gezien met die omgeving? En dan heb je nog even te gaan.

Maar vergeleken met deze hardlopers lijken de vissen opeens niet zo zielig meer. De zwetende massa heeft het echt zwaar. Rood aangelopen en wit weggetrokken gezichten wisselen elkaar af. Sommigen strompelen al. We kijken nog even op het parcoursbord om te verifiëren of we echt staan waar we dachten te staan. Het klopt: dit is pas kilometer tien. Dat betekent dat ze nog maar een kwart achter de kiezen hebben. Op hun borstnummer kan je zien binnen welke tijd ze over de finish denken te komen. 3u30, 3u40, 4u, … ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat sommigen wel heel optimistisch (of dronken) geweest zijn toen ze zich inschreven.

Je vraagt je toch af waarom de mensheid zichzelf dit eigenlijk aan doet. Blijkbaar vinden we het leuk om in kleren die we anders nooit dragen omdat ze schreeuwlelijk* zijn, in kudde te gaan rennen. Ook al weten we dat we onze knieën langzaam naar de filistijnen helpen. En ook al weten we dat we vroeg of laat een hardloophol zullen krijgen. Toch zal iedere loper je vertellen dat het dit waard is. Daar zit de endorfine voor iets tussen natuurlijk, en ons gebrekkig geheugen. We weten na afloop niet meer hoe zwaar we het hadden op kilometer tien van de Parijse Marathon, dus doen we het volgend jaar gewoon opnieuw. Net zoals de visjes in het aquarium, alleen is onze bokaal iets groter.

 

* Kan iemand mij dit uitleggen? De redenering is doorgaans: de kleren moeten fel zijn, want als hardloper moet je zichtbaar zijn in het verkeer. Als voetganger, fietser of automobilist niet dan?

Wat zegt u?