Vanonder een luifel kijken we naar de regen die klettert op de stenen van de haven. Het water heeft al een paar gaten in de stof gebeten en druppelt op de stoelen tegenover ons. Een kleine Griekse jongen huppelt om de plassen. Wanneer zijn vader roept dat de warme chocolademelk gearriveerd is, stuift hij dwars door de grootste plas naar zijn tafeltje op het terras. De verdronken sneakers geven licht als ze de grond raken. Ik trek onvrijwillig mijn neus op. Natte voeten, gruwelijk. Sokken die koud worden en klotsen in je schoenen. Weten dat uitdoen geen zin heeft, want niets droogt in dit klammig hondeweer. Het jongetje heeft het niet door. Als kind vond ik het ook niet zo erg. Het warm of koud hebben was iets voor ouders. Ik kon een uur alleen in een trui door de sneeuw lopen tot een moeder of vader riep dat ik zeker kou zou vatten. Ik begreep niet waar ze het over hadden. Maar dan word je groot. De kleine Nikos slurpt gulzig aan zijn warme drankje, zijn schoenen druipen nog na. Ik ril in zijn plaats.
Regen is iets verschrikkelijks, ik kan me weinig dingen voorstellen die ik zo vervelend vind als regen. Regen thuis, regen op vakantie, regen terwijl ik droog binnen zit. Het is altijd deprimerend. Er zijn mensen wie regen niet deert. Er zijn romantici die dwepen met de poëzie van het schoonspoelen der aarde. Op een theoretisch niveau snap ik dat, tot er weer een bui op mijn dak valt. Er is niets moois aan een landschap in de regen of ik moet het op een tv-scherm kunnen zien. Het is een godswonder dat ik ooit tekende voor een half jaar stage in The Lake District, zowat de natste regio van Engeland. Met een goedkope plooiparaplu en een mooie, maar volstrekt niet waterdichte, ‘regenjas’ van Nike stapte ik van het vliegtuig. Oh, wat hebben mijn huisgenoten gelachen. “Je gaat toch niet met die gare paraplu de heuvels in, he?” Nee, zij waren van het waterafstotende type op wie regen geen effect heeft. Jack Wolfskin dubbel gevoerde jas, wandelschoenen voor elk seizoen, Gore-Tex alom. En dan met acht beaufort de berg op. Ze genoten van de spattende regen op hun gezicht, natte haren in de wind en de stormachtige buien die het beklimmen net heerlijk uitdagend maken. Ik sjokte vrolijk mee, want alles went. Maar wennen is niet gelijk aan genieten. Een van hen verhuisde onlangs naar de Falklandeilanden. Ruw, onherbergzaam, dramatisch. Heel mooi om op foto te zien. Ze stuurt me een bericht wanneer ik in een koud en herfstig Venetië verblijf: “I bet Venice is beautiful in the rain. xxx”. Grapjas.