De meeste mensen zijn te vertrouwen. Daar moeten we van uit gaan. Toen ik overland van Macedonië naar Griekenland wou, had ik volgens de virtuele fora twee opties: de internationale trein van Skopje naar Thessaloniki of een taxi van Bitola naar Florina, het dichtstbijzijnde stadje in Griekenland en dan de trein naar Thessaloniki. Dat tweede leek mij het meest aangewezen aangezien ik mijn rondje Macedonïe zou eindigen in Bitola. Er zat wel een klein clandestien kantje aan die optie: met een Macedonisch paspoort raak je niet over de grens, dus de taxichauffeur zou in het bezit moeten zijn van een tweede identiteitsbewijs dat wel door de Schengenmuur kon. Er zijn dan ook verdacht veel semi-Bulgaarse taxichauffeurs in het grensgbied.
Ik had een zonnige dag uitgekozen voor mijn oversteek. Terwijl ik me door de smalle glazen deur van het hotel probeerde te wurmen met mijn veel te grote rugzak, kwam de receptioniste op glanzende naaldhakken naar me toe gehold. In haar perfect gemanicuurde hand had ze een klein briefje dat leek op een bestempelde kassabon. “Proof that you were here, you might need it.”
Op het drukste plein van Bitola stonden de taxi’s rijendik op klanten te wachten. Ik stapte af op de man met het meest vriendelijke gezicht. “To Greece?” Hij knikte. “But first we go to my place. Change cars, change passports.” Even twijfelde ik. Maar zijn prijs was de juiste en voor de rest rekende ik op mijn mensenkennis. In zijn garage stond een redelijk gare bak met een Bulgaarse nummerplaat en ernaast zijn achttienjarige zoon met de bijhorende paspoorten. Of ik het erg vond dat de zoon mee ging, want die had Google maps op zijn telefoon. Onderweg werd het belang van die app duidelijk, want geen van beide heren was ooit in Griekenland geweest. De vader was zo opgewonden als een kind en bleef maar verhalen vertellen. Niet dat ik er iets van verstond want hij sprak nauwelijks Engels en zoonlief had al snel genoeg van het vertaalwerk. Ons ‘gesprek’ bereikte een geanimeerd hoogtepunt toen hij ontdekte dat ik uit België kwam. Daar woonde zijn zus ook! Ze was getrouwd met een Brusselaar. Ja, ooit zou hij hen bezoeken. Het was er nog niet van gekomen, maar ooit!
Aan de grens charmeerde hij de douanebeambte met mopjes en zwierde hij trots met zijn paspoorten. Toen hij terug naar de auto liep keek hij bezorgd. “Bad news.” Ze eisten een bewijs van mijn verblijf in Bitola. Ik haalde het verfrommelde kassabonnetje uit mijn achterzak. Met triomfantelijke tred liep hij terug naar het douanehok. Zo, helemaal in orde, mevrouw! Zijn dag kon niet meer stuk. Tijdens de korte weg door het Griekse landschap tot het treinstation was de glimlach niet van zijn gezicht te vegen. Uiteindelijk stopten we voor een van de meest troosteloze perrons uit de geschiedenis van troosteloze perrons. Florina was geen schoonheid. Het maakte niet uit. Ik was in Griekenland, mijn 4G kon weer aangezet worden en ik had nog een half uurtje zon voor mijn trein kwam. Tegen het avondeten zou ik in Thessaloniki zijn. Ik bedankte vader en zoon voor de veilige en aangename rit, maar de taximan schudde zijn hoofd “Thank YOU! Great day, great day!”. Ik bleef zwaaien tot ze uit het zicht verdwenen waren. De meeste mensen zijn te vertrouwen. Daar moeten we echt van uit gaan.