Het woord verval heeft een pessimistische inborst. Ver-val. Vallen is nooit goed. Niet als je van je voetstuk gevallen bent en zeker niet als je laag gevallen bent. Zelfs omhoog gevallen zijn strekt niet tot de aanbevelingen, want hoogmoed komt voor de val.
De binnenkoer van het Mosteiro de Santa Clara-a-Nova in Coimbra is in verval, dat valt niet te ontkennen. De gele stenen muren worden omkaderd door klimmend of dalend groen. De tuin is half wildernis, half verdord gras. Maar ik vind het prachtig. Esthetisch verantwoord verval. Mijn reisgenoot trekt haar neus op. “Ze mogen het onkruid ook wel eens wieden.” In mijn verbeelding zie ik een tuinman het terrein oplopen met schop en een spitvork. Kijk hem vlijtig hakken en harken. En nu hij toch bezig is, kan hij meteen die gebarsten stenen op het tuinpad vervangen. En wie weet kan de klusjesman ook wel even bijspringen om de afgebrokkelde frontons te fatsoeneren. Die barokke kapitelen onderhouden zichzelf immers niet. Een likje verf voor de raamkozijnen misschien? Voor je het weet kijk je naar een soort Cité de Carcassonne. Naar een hedendaagse uitvoering van wat ooit was. Of wat we vermoeden dat ooit was.
Twee eeuwen geleden vochten John Ruskin en Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc de strijd al uit op het architectuurtoneel. Ruskin pleitte voor het toelaten van verval in gebouwen. Want wie zijn wij om de artistieke uitingen van onze voorgangers te hermaken? Alleen zij hebben aanpassingsrecht op hun werk en hedendaagse toevoegingen doen alleen maar afbreuk aan de authenticiteit. Viollet-le-Duc was het hier pertinent mee oneens. Authenticiteit? Dat is een gebouw herstellen tot de staat die de oorspronkelijke architect voor ogen had. En als je niet goed wist hoe die architect het bedoeld had, dan maak je een educated guess. Want denk je dat die architect een ruïne in gedachten had toen hij zijn ontwerp neerpende? Nee, natuurlijk niet. In dat opzicht leunt de visie van Viollet-le-Duc dicht aan bij de traditie die je in veel Aziatische landen aantreft. Als een tempel te veel tekenen van verval vertoont, dan wordt die gewoon opnieuw gebouwd. Authenticiteit zit volgens hen in de ziel van het gebouw, in het concept ervan. Niet in de originele bakstenen of de houten pilaren.
Afhankelijk van mijn gemoedstoestand ben ik soms Ruskin en soms Viollet-le-Duc. Maar in een land met een melancholisch hart zoals Portugal lijkt me de keuze voor Ruskin evident. Dus laat het gras maar groeien. En rij het nooit meer af.