Home

Ze zijn makkelijk te herkennen, de ‘communistische dinosaurussen’ waar ik in Tbilisi al voor gewaarschuwd werd. Ze wonen tussen tien en zes in het Stalinmuseum in Gori en zijn allen van het vrouwelijk geslacht. Ze bewegen zich traag voort. Meer Brontosaurus dan Velociraptor. Met lome ogen kijken ze me na als ik naar de ticketbalie loop. Het museum is een tempel van verheerlijking en onthoudt zich van enige kritische reflectie op de genocidale dictator die Jozef Stalin was. Een fossiel, verhardt door de tijd. De personeelsleden hebben niets dan ontzag voor hun ‘man van staal’, die in Gori het levenslicht zag als Ioseb Jughashvili. Dat hij zich na zijn rise to fame niets meer van zijn geboortedorp – of Georgië in zijn geheel – heeft aangetrokken, kan hen blijkbaar weinig schelen.

Ik sluit stiekem aan bij een groep met een eigen Engelstalige gids. Hij is van het type dat geen blad voor de mond neemt. We weten niet exact hoe oud Stalin was toen hij stierf, vertelt hij, want de Sovjet-Unie was goed in het rotzooien met data. De enige Rus in ons gezelschap (eerder gekleed voor een dag aan het strand dan een museumbezoek) reageert verontwaardigd. De gids blijft ijskoud. Ja, veel fake news, ook in die tijd. Ik meen de haren op de schouders van de Rus te zien rechtkomen. Ingehouden woede klopt door de aders in zijn nek. Zonder een woord te zeggen neemt hij zijn vriendin bij de hand en stapt resoluut naar een Russisch sprekende huisgids. Er lijkt iets te veranderen in de zaal, de rimpeling in het glas water van Jurrasic Park. Een van de zaalsuppoosten ontwaakt uit haar winterslaap en begint langzaam cirkeltjes te draaien rond onze groep. De jonge gids lijkt niet onder de indruk. Hij wijst naar de linkermuur die tot de nok gevuld is met schilderijen in zachte pastelkleuren. Stalin als een soort Sinterklaas met veel lachende kinderen om zich heen, Stalin die gemoedelijk keuvelt met hardwerkende kameraden in een fabriek, Stalin die empathisch luistert naar de verzuchtingen van de boerenvrouwen. “Deze muur slaan we over, wat dat is alleen maar propaganda-onzin.”

Het verbaast me dat uitgerekend een stad als Gori, die in 2008 zo geleden heeft onder de oorlog met Rusland, een Stalinmuseum, -park en -boulevard tolereert. Lokale activiste Zhana noemt het de Gori-paradox. “De meeste bewoners haten Putin en zijn Rusland, maar blijven een zwak hebben voor Stalin. Dat kan perfect naast elkaar bestaan in hun hoofd.” In 2010 liet de Georgische regering een kolossaal beeld van Stalin uit het centrum van Gori verwijderen. De lokale overheid werd niet op de hoogte gebracht en de geheime operatie werd midden in de nacht uitgevoerd. De oudere generatie was ziedend, maar Zhana vond het prachtig. Ze heeft intussen ook al een mail gestuurd naar de gloednieuwe burgemeester van Gori, want ze heeft zelf nog wel wat ideeën om deze plaats te de-staliniseren. “Hij heeft nog niet geantwoord, maar hij is jong en ik denk dat hij wel openstaat voor verandering.” In de verte luiden klokken de avond in. Het einde van het tijdperk der dinosaurussen is nabij.

Wat zegt u?