Home

“Loop niet door het gras, dan krijg je teken. Dat zijn de sluipmoordenaars van Litouwen. Wist je dat je minstens vier verschillende ziektes door een tekenbeet kan krijgen? En een ervan is dodelijk.” Martynas drukt de bovenste knoop van zijn t-shirt dicht.

Het zijn de laatste dagen van mei en het is ongewoon warm in Kaunas. Maar Martynas heeft het altijd koud. Daarom heeft hij ook een hoodie bij, voor het geval de temperatuur onder de achttien graden zakt. De glanzende blauwe trui heeft hij zelf gemaakt, net zoals zijn witte shirt met Chinese kraag en donkere combatbroek. Hij is kieskeurig en vindt het moeilijk om mooie kleren voor zijn lange ledematen te vinden. Gedreven door wanhoop besloot hij vijf jaar geleden naailessen te volgen. Sindsdien bestaat zijn garderobe vooral uit eigen makelij. Originaliteit en creativiteit zijn geen drijfveren, comfort en functionaliteit des te meer.

We lopen langs het water in Šančiai – de buurt waar hij is opgegroeid – elk een halve liter lokaal bier in de hand. We hadden er eigenlijk iets moeten ombinden, want op openbaar drinken staan hier fikse boetes. “Maar ik breek graag de regels,” beweert Martynas stellig, en voegt er snel aan toe: “al denk ik dat het risico minimaal is dat we hier politie tegenkomen.”

Zijn werk als fulltime muzikant is minder bohemien dan het klinkt. In Litouwen worden professionele klassieke musici betaald door de staat en dus heeft hij op einde van de maand altijd hetzelfde comfortabele bedrag op zijn rekening staan, of er nu veel of weinig is gespeeld. “Er zijn maar drie contrabassisten in Kaunas, en te veel muziekstukken die opgevoerd moeten worden. Ik zit wel gebeiteld. Toen mijn vaste orkest honderd jaar geleden werd opgericht zat tweederde van de muzikanten nooit nuchter achter zijn instrument en dat is jaren straffeloos zo kunnen doorgaan.” Tegenwoordig word je daarvoor ontslagen. Dus nu drinkt Martynas enkel in zijn vrije tijd.

Hij is jaloers dat ik binnenkort naar Nida ga. Terwijl zijn familie daar nota bene een pied-à-terre heeft. Zijn grootmoeder liet op de schoorwal een exacte kopie van haar ouderlijk huis in Kaunas bouwen. Letterlijk een thuis-van-huis. Aanleg voor comfort en risicomanagement zit duidelijk in de familie. “Maar waarom ga je dan niet gewoon? Met de auto ben je er in drie uur.” Hij haalt zijn schouders op. “Life gets in the way, I guess. En ik weet ook niet altijd wanneer ik zal moeten spelen. Dus ik blijf liever thuis, voor het geval dat.”

De zon hangt laag en flirt loom met de Nemunas rivier. In zijn oude Volvo brengt Martynas me terug naar het stadscentrum zodat ik geen avondbus vol ‘rare types’ hoef te nemen. Bij het afscheid geef ik hem mijn nummer: “Je hebt nog een bier van me tegoed als je je ooit in België bevindt.” Al weet ik dat hij nooit naar België zal komen. Of naar Nida zal gaan. Beter is het om in Kaunas te blijven, voor het geval dat.

Wat zegt u?